We hebben 170 gasten online

SV Tweede Fase Havo Hoofdstuk 15 Deel C

Gepost in Tweede Fase 4e druk

4) Natievorming, communisme, democratie en patronage

ven diagram socialisme

De volgende kenmerken van de landen in Azië sinds 1945 komen aan de orde:

- de opbouw van naties waarbij traditie tegenover modernisering kwam te staan;

- het mislukken van het communistische model;

- het mislukken van westerse democratie als regeringsvorm in de meeste niet-economische staten.

Natievorming, traditie en modernisering

Het doel van de nationalistische bewegingen in Azië was politieke onafhankelijkheid te verkrijgen met overname van het model van de natie-staat. Zowel in Europa als in Azië hadden alle landen al lange tijd een vorm van gecentraliseerd gezag met een omvangrijk ambtenarenapparaat. In de meeste landen strekte het centrale gezag zich echter niet over het gehele grondgebied uit. Over de grenzen van dat grondgebied bestond bovendien nog onduidelijkheid. Men zocht daar naar een geschikte regeringsvorm. Met uitzondering van Japan en Korea bestaat de bevolking van de staten uit verschillende etnische en godsdienstige groepen. Ook waren er veel culturele verschillen. De meeste landen in Azië worden aangeduid als 'plurale samenlevingen'.

De oplossing van de regeringsvorm werd in de meeste landen gevonden in de opbouw van een autoritaire staat met een grote greep op het leven van de bewoners van het land. Democratie werd in de meeste landen afgewezen omdat democratie de mensen niet bleek samen te binden.

De oplossing voor de verdeeldheid van de bevolking werd gevonden in de invoering van:

- een staatsideologie waarin de eenheid van het land werd benadrukt;

- een standaardtaal ;

- het bevorderen van één nationale cultuur.

Het communistisch model mislukt in China, Vietnam en Noord-Korea

De ontwikkeling van het communistisch model kan sinds 1945 voor deze landen in twee perioden worden gesplitst:

- een periode van opbouw van een gecentraliseerde communistische staat;

- een periode van interne hervormingen en versoepeling van de ideologie.

China onder leiding van Mao Zedong

mao

Mao domineerde de interne communistische revolutie in China. Het begon met een grote landhervorming (1950-1952). Bijna de helft van de landbouwgrond werd opnieuw verdeeld. De grondeigenaren werden op massabijeenkomsten door volkstribunalen als 'vijanden van het volk' berecht. Twee miljoen van hen kwamen daarbij om.

De grote vraag bleef echter: hoe nu verder het communisme in te voeren? Aanvankelijk wilde men het Russische model invoeren. Maar Mao wilde een eigen radicalere koers door gebruik te maken van de Chinese rijkdom: het enorme aantal mensen in China. Mao kondigde daarom in 1958 de Grote Sprong Voorwaarts aan waarbij de hele plattelandsbevolking werd georganiseerd in volkscommunes. Een volkscommune omvatte een aantal dorpen en moest zelf in al haar beghoeften voorzien. daartoe behoorde ook het produceren van staal in primitieve staaloventjes.De Grote Sprong Voorwaarts werd echter een grote mislukking. Het gevolg was een zeer ernstige hongersnood, die aan tallozen het leven kostte.

In 1966 lanceerden de radicalen, onder leiding van Mao een nieuwe massacampagne: de Grote Proletarische Culturele revolutie om de macht van de tegenstanders te breken die zch vooral in de steden bevonden. Miljoenen functionarissen uit de partij, het bedrijfsleven en het onderwijs werden ontslagen en op het platteland tewerkgesteld. De steden werden echter zodanig ontwricht, dat Mao na enkele jaren een einde liet maken aan de Culturele revolutie. Een aantal slachtofefrs van de Culturele Revolutie werd gerehabiliteerd, onder wie Deng Xiaoping in 1973. de radicalen bleven echter overheersen tot de dood van Mao in 1976.

Meer openheid onder leiding van Deng Xiaping vanaf eind 1978.

De vier radicaalste leiders werden gearresteerd, onder wie de vrouw van Mao en drie leden van het Politburo. Vele miljoenen slachtoffers van de Culturele Revolutie werden nu gerehabiliteerd.

dengxiaoping

Deng Xiaping had als voornaamste doel van China een moderne, geindustriële staat te maken. Hij wilde Vier Moderniseringen doorvoeren: modernisering van de landbouw, industrie, wetenschap en defensie. De moderniseringen hielden in:

- meer vrijheid op alle gebieden, maar vooral op economisch gebied;

- minder waarde hechten aan de communistische ideologie;

- samenwerking op technisch-wetenschappelijk gebied met het Westen en Japan.

Deng Xiaping benadrukte economische successen boven ideologische zuiverheid want stelde hij: 'wat doet het ertoe of een kat wit of zwart is, als ze maar muizen vangt.

Vietnam

In Vietnam kunnen twee perioden worden onderscheiden na de overwinning van Noord-Vietnam in 1975 in de Vietnam-oorlog. In de eerste periode tot 1986 werd strak vastgehouden aan de communistische leer. Toen de glasnost in Rusland werd doorgevoerd verminderde de Russische steun waardoor het land in een economische crisis terechtkwam, bovendien drukte het aanhouden van een groot leger in Cambodja zwaar op de economie van het land. Na 1979 waren er van tijd tot tijd voedseltekorten.

In de tweede periode vanaf 1986 ontstond er een poltiek van nieuwe openheid. Journalisten en kunstenaars mochten zich vrij uiten en boeren kregen een eigen stukje grond en konden hun producten op de vrije markt verkopen. De VS hieven in 1994 het handelsembargo op. Sindsdien groeit de economie sterk. Ook het toerisme nam steeds meer toe. In 2007 bezochten 4 miljoen mensen het land.

Noord- Korea

Noord-Korea heeft altijd het communsitische model van staatsvorming gevolgd. Het werd financieel en militiar gesteund door de Russen. Na 1965 heeft het land echter met veel economische problemen te kampen en eind jaren '90 ontstond er zelfs hongersnood. Door het fabriceren van een eigen atoombom en intercontinentale raketten raakt het land steeds meer geisoleerd.

Westerse democratie in Japan succesvol

Het land heeft geen koloniaal verleden en de industrialisatie begon er al inde tweede helft van de 19e eeuw. Het parlementaire stelsel werd toen ook in Japan ingevoerd. In de jaren '30 van de 20e eeuw kregen radicale nationalisten en militairen echter de macht in handen. Na de 2e Wereldoolog werd Japan onder leiding van de VS een parlementaire democratie. Japan werd een economische grootmacht.

Ook in India werkt de westerse democratie

De meeste niet-westerse staten hebben de westerse democratie afgewezen. India is echter sinds ruim een halve eeuw een parlementaire staat. Hoe heeft dat sinds 1947 gewerkt?

India kreeg een staatsinrichting naar het voorbeeld van Engeland en de VS. Het parlement funcioneert zoals het Engelse; van de VS nam men de rechten van de mens over en de inrichting van de staat in deelstaten met een grote zelfstandigheid. Nehru, de eerste politiek leider van India (1947-1964) slaagde er in conflicten tussen belangengroepen vreedzaam op te lossen. Zijn dochter voerde een minder op compromissen gerichte politiek. De verdeelheid nam daardoor toe en Indira Ghandi werd door haar Sikh-lijfwachten gedood. Na haar volgde haar zoon haar op maar moest door financiéle schandalen aftreden. De oppositie kwam toen aan de macht. Sindsdien wordt India geregeerd door wisselende regeringscoalities. De democratie werkte dus.

Op de Filipijnen einde aan de dictatuur maar nog geen democratie

Ferdinand Marcos werd in 1965 tot president gekozen. Onder zijn leiding veranderde de Filipijnse democratie vanaf 1972 in een dictatuur. Marcos riep toen de noodtoestand uit en regeerde tot 1986 als een dictator. Doodsescaders van de politie en het leger vervolgden tegenstanders. Het bewind was corrupt en economisch weinig succesvol. In 1983 werd de populaire, niet-communistische, politieke tegenstander van Marcos, Benigno Aquino door Filipijnse militairen vermoord. Een miljoenenprotest ontstond en bij nieuwe verkiezingen stelde de weduwe van Aquino zich kandidaat tegen Marcos. Zij won de verkiezingen maar Marcos erkende de verkiezingen niet. Maar door een opstand van een groot deel van de bevolking en het leger werd Marcos gedwongen de Filipijnen te ontvluchten. Tussen 1986 en 1992 was Aquino president. Zij heeft geprobeerd terug te keren naar de democratie, maar dit is grotendeels mislukt. Verklaringen daarvoor zijn:

- ook Cory Aquino bleek niet bereid de noodzakelijke landhervormingen door te voeren;

- zij was, als president, afhankelijk van de steun van bepaalde legerfacties om verschillende couppogingen te overleven.

De economie van het land wordt beheerst door enige machtige famiies die grote plantages en bedrijven in eigendom hebben. Dat is een erfenis uit het koloniale verleden. Zowel de presidenten van de VS als van de Filipijnen weigerden daadwerkelijke hervormingen door te voeren. Maar de Filipijnen worstelden ook met een grote overheidsschuld. Daarnaast is er sprake van een groei van de bevolking met 2,2% per jaar. Dat legt een enorme druk op de Filipijnse economie.

Beperking van de democratie in Maleisië

Na ernstige rellen tussen Maleiers, Chinezen en Indiërs werd in 1969 een regeringsvorm met een beperkte democratie ingevoerd. De persvrijheid werd beperkt. De belangrijkste bevolkingsgroep, de Maleiers, worden door de regering sterk bevoordeeld.

Democratie en autoritair bewind wisselen elkaar af in Zuid-Korea

Voor een groot deel kan deze afwisseling verklaard worden uit verdeeldheid onder de Koreaanse bevolking. Koreanen zien de democratie niet als gunstig. Zij worden beïnvloed door het traditionele Koreaanse begrip van macht, waarbij macht niet verdeeld behoort te worden. Het delen van macht betekent daardoor in Korea een groter verlies van invloed voor machthebbers dan in het Westen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd Zuid-Korea, onder invloed van de VS, een democratie. De eerste president werd Syngan Rhee ( 1948-1960). Hij voerde tot 1960 een autoritair bewind. Er was in dat jaar tijdens de verkiezingen erg gefraudeerd. De president trad op advies van de Amerikanen af. De na nieuwe verkiezingen gekozen president, Chang Muyon, kreeg minder macht. Hij wist echter niet aan de hoge verwachtingen voor economische en politieke hervormingen te voldoen. In 1961 voerde het leger een staatsgreep uit en Park werd president. deze werd in 1979 vermoord. Na een nieuwe militaire coup kwam generaal Chun aan de macht. Onderd ruk van de VS werd er een referendum gehouden voor invoering van de democratie. Sinds 1987 is er in Zuid-Koera meer democratie. In februari 1993 werd Kim Young Sam de eerste vrij gekozen president zonder band met het leger.

Patronage-verhoudingen in het oosten van Azië nog steeds belangrijk

De staten in het oosten zijn evenals de westerse staten hecht georganiseerd. Toch zijn erin het oosten bepaalde traditionele elementen zoals het voortdurend belang van patronage-verhoudingen blijven voortbestaan. Een patronage-verhouding bestaat uit een persoonlijke relatie tussen een patroon en een cliënt. In ruil voor loyaliteit aan de patroon krijgt de cliënt bepaalde voordelen. Ook Italië kent zo'n systeem. In alle landen van het oosten van Azië wordt het maatschappelijke, economische en politieke verkeer in belangrijke mate bepaald door netwerken van dergelijke patronage-verhoudingen. In de politiek is het belangrijkste netwerk vooral geconcentreerd rond de president of premier. Daarmee wordt de invloed van het parlement sterk teruggedrongen.

Sinds het midden avn de jaren '80 zijn in Japan acties op gang gekomen om politieke hervormingen door te voeren, maar de praktijk bleek weerbarstiger. De vermenging van openbaar en prive-belang is nu net een gevolg van patronage-verhoudingen.

soeharto

Indonesië liet weer een ander gevolg van patronage zien. Daar werd de macht beheerst door president Soeharto en een kleine groep militairen. Zij gaven in ruil voor volgzaamheid economische voordelen aan hun ondergeschikten. Zo was een gedeelte van de prive-ondernemingen in Indonesië in handen van bepaalde legeronderdelen die zich de winsten toe-eigenden. Ook de familie van de president was eigenaar van grote zakenimperia. President Yudhoyono stelde in 2004 een commissie ter bestrijding van de corruptie in (KPK). Deze commissie bracht verschillende grote corruptiezaken, b.v. in de olie- en gaswinning, aan het licht. Toch blijft de corruptie nog een groot probleem

Zie verder voor Hoofdstuk 15 deel D SV Tweede Fase Havo Hoofdstuk 15 Deel D