We hebben 194 gasten online

SV Vwo Tweede Fase Hoofdstuk 7 5e dr Walburg pers educatief

Gepost in Tweede Fase 5e druk Walburg pers educatief

Hoofdstuk 7 De Eerste Wereldoorlog (1914-1918): oorzaken, verloop, gevolgen

Dieper liggende oorzaken

spotprent willem II

1) Nationalisme

In de 19e eeuw was het nationalisme sterk gegroeid. Daardoor werden andere landen snel als concurrenten gezien. Nationalisme is het streven van een volk naar een eigen nationale staat. Enkele voorbeelden:

  • Slavische volken op de Balkan streefden naar een eigen staat;
  • Frankrijk wilde van Duitsland Elzas-Lotharingen terug dat het in de verloren oorlog met Duitsland (1870-1871) aan Duitsland af had moeten staan.

2)Imperialisme

Frankrijk en Duitsland wilden zich niet neerleggen bij het Engelse overwicht in de niet-westerse wereld. Er ontstond een wedloop om zoveel mogelijk koloniaal grondgebied in Afrika te verwerven(zie kaart Afrika einde hoofdstuk 6). Voorbeeld:

  • Duitsland wilde een ‘grote plaats onder de zon’. Dat wil zeggen het maakte aanspraak op koloniën. Andere landen b.v. Engeland en Frankrijk hadden die wel;
  • De Duitse keizer Wilhelm II steunde de sultan van Marokko in zijn verzet tegen de onderwerping door Frankrijk;
  • De Duitse Keizer versterkte de Duitse marine. De Engelsen waren daar niet blij mee.

col world

 

col emp

 

 3) Militarisme

Toenemend militarisme vergrootte de kans op een oorlog. Generaals hadden een grote invloed op de politiek in Frankrijk en Duitsland. Oorlog werd gezien als een middel om macht en invloed veilig te stellen. Daarbij was een leger een noodzaak. Militairen stonden in hoog aanzien.

4) Bewapeningswedloop

Voor het nationalisme, imperialisme en militarisme was een sterk leger een noodzaak. Regeringen gingen daarom steeds meer uitgeven aan bewapening. Dat leidde tot een wedloop.

5) Bondgenootschappen

triple entente alliantie

Door alle hiervoor genoemde dieperliggende oorzaken nam de angst voor elkaar onder de Europese leiders toe. Tegen het einde van de 19e eeuw sloten veel staten bondgenootschappen met één of enkele andere staten. Dat deed men omdat men dacht dat bondgenootschappen de kans op een oorlog zouden verkleinen: geen land zou dan een oorlog durven te beginnen. Maar in 1914 bleek die gedachte niet te kloppen. Het ene land sleepte de bondgenoot mee in de oorlog. Zie het kaartje van de Triple Entente en de Triple Alliantie.

6) Vergissingen van politieke leiders

Politieke leiders dachten dat ze, net als hun voorgangers, elk conflict in de hand te kunnen houden. Enkele voorbeelden:

  • Ze dachten dat ze met het sluiten van bondgenootschappen geen angst hoefden ten hebben voor het ontstaan van een oorlog. Dat bleek uiteindelijk niet zo te zijn;
  • Ze dachten dat een eventuele oorlog niet lang zou duren, dat de verliezen beperkt zouden zijn en dat de burgerbevolking erbuiten zou blijven.

De directe oorzaak (aanleiding) van de Eerste Wereldoorlog

In 1914 werd de troonopvolger van het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije, aartshertog Frans-Ferdinand, samen met zijn vrouw in Sarajewo (Bosnië) vermoord door Servische nationalisten. Deze nationalisten wilden verschillende Slavische volken op de Balkan (Zuid-Oost Europa) in een grote nationale staat verenigen.

Oostenrijk-Hongarije had in 1878 Bosnië veroverd en in 1908 als provincie ingelijfd. Servië was al onafhankelijk.

De moord leidt tot een wereldoorlog

Als reactie op de moord stelde Oostenrijk-Hongarije een ultimatum aan Servië. Toen Servië op dit ultimatum niet reageerde verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië (28 juli 1914). Doordat veel Europese landen verbonden waren door middel van bondgenootschappen (Tripple Entente en de Triple Alliantie) werden binnen enkel dagen veel Europese landen bij deze oorlog betrokken. De bondgenootschappen kregen nieuwe namen. Duitsland en Oostenrijk­-Hongarije heetten nu: de Centralen. Hierbij sloten zich het Ottomaanse (=Turkse) rijk en Bulgarije aan. Hun tegenstanders, de Entente-landen Frankrijk, Rusland en Engeland met hun bondgenoten, werden nu de Geallieerden genoemd. Italië koos in 1915 de kant van de Geallieerden. Het hoopte de Italiaanssprekende gebieden van Oostenrijk-Hongarije op die manier in handen te krijgen. Bij de Geallieerden kwam nog een hele rij landen, waaronder Italië, Japan en de Verenigde Staten. Nederland bleef neutraal.

2 Verloop van de Eerste Wereldoorlog

Alle betrokkenen gaan enthousiast de oorlog in

Iedereen voelde zich overrompeld, maar de aanvankelijke schrik maakte snel plaats voor enthousiasme. Daartoe aangemoedigd door regeringsleiders en pers.

Hoe valt dit enthousiasme te verklaren?

  • Nationalisme en militarisme hadden de vaderlandsliefde en de strijdlust aangewakkerd;
  • Elk land was overtuigt van de eigen superioriteit. Men dacht met kerstmis weer thuis te zijn.

Duits leger onderdrukt Belgisch verzet op wrede wijze

Internationaal oorlogsrecht geschonden

De onverwachte sterke tegenstand van de Belgen ergerde het Duitse opperbevel. Daarnaast had men angst voor francs-tireurs (burgers die op soldaten schieten). Als strafmaatregelen besloot het Duitse opperbevel tot brandstichting, deportatie en doodschieten van burgers. Het Stadje Visé, vlak over de grens bij Maastricht, werd volledig in brand gestoken en 700 burgers werden gedeporteerd. In totaal werden enkele duizenden burgers gedood.

Belgen vluchten massaal naar Nederland

Bijna een miljoen Belgen vluchten naar Nederland. Ongeveer 100.000 Belgen bleven de hele oorlog in Nederland. Belgische burgers werden opgevangen in barakkenkampen in Nunspeet, Ede en Uden. De 40.000 Belgische militairen werden opgesloten in interneringskampen.

Meer soldaten, meer volken en op meer plaatsen in de wereld dan ooit

balkan

De meeste strijd vond in West- en Oost-Europa plaats. Maar veel Europese landen - waaronder Nederland - deden niet mee. Buiten Europa werd er slechts in weinig gebieden gevochten. Toch werd er door meer soldaten, meer volken en op meer plaatsen in de wereld gevochten dan ooit tevoren.

  • Koloniën en dominions vechten mee: Veel soldaten uit de koloniën en dominions vochten mee aan de zijde van de koloniale overheerser;
  • Ook Italië, Roemenië, Griekenland en Bulgarije gaan meedoen: Italië, Griekenland en Roemenië aan de kant van de Geallieerden, Bulgarije aan de kant van de Centralen. In mei 1915 begon Italië een oorlog tegen Oostenrijk-Hongarije.
  • Ook niet Europese landen nemen deel: Turkse Rijk, VS en Japan. In november 1914 verklaarde de Turkse regering de oorlog aan Rusland en dus ook aan de bondgenoten van Rusland Frankrijk en Engeland. De VS verklaarden in april 1917, wegens de onbeperkte duikbotenoorlog, de oorlog aan Duitsland. Japan door een verdrag met Engeland verbonden, verklaarde in augustus 1914 de oorlog aan Duitsland.
  • Ook in het Midden Oosten en Afrika wordt gevochten. De Turken sloten zich in het Midden Oosten bij de Centralen aan. Daarna kwamen de Arabieren in opstand tegen de Turken en kregen steun van Engeland en Frankrijk.

Aan het Westfront ontstaat een jarenlange loopgravenoorlog

Het Westfront liep al snel, in de herfst van 1914, uit op een loopgravenoorlog. Over een breedte van ruim 500 km groeven de soldaten zich in België en Noord-Frankrijk tegenover elkaar in. Maandenlang leefden de soldaten in loopgraven, vaak vol water, modder en ongedierte. Terreinwinst beperkte zich na een dagenlang offensief vaak tot hooguit een kilometer. Het aantal doden en gewonden was vooral onder de aanvallende partij buitengewoon groot.

Verdun en de Somme, uitputtingsslagen als tactiek

De generaals zagen de enorme verliezen aan mensenlevens als onvermijdelijk. De Duitse generaals probeerden in februari 1916 een beslissing te forceren door al hun aanvalskracht op één punt te concentreren, in Verdun. De slag duurde tien maanden maar bracht geen beslissing. Het aantal doden aan Duitse kant 100.000, het aantal gewonden 237.000. Aan Franse kant 162.000 doden en 215.000 gewonden.

De Engelsen waren de Fransen in Verdun niet te hulp gekomen. Op 1 juli begonnen zij wel samen met de Fransen een grote aanval aan de Somme. De aanval had weinig succes. Op die vreselijke eerste dag bij de Somme sneuvelden 20.000 Britten. Na vier maanden was er een terreinwinst geboekt van tien kilometer. Beide partijen hadden samen ruim een miljoen doden en gewonden te betreuren.

De soldaten: instemmen met de oorlog, aanpassen of verzet?

In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat de soldaten geen andere keus hadden dan te voldoen aan wat van hen werd verlangd. Dus pasten ze zich aan. Als ze in verzet kwamen werden ze voor de krijgsraad gebracht. Weigering betekende de dood wegens verraad.

Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal in Europa

  • Meer burgers betrokken bij de oorlog: steden en dorpen werden direct in de oorlog betrokken. Toch waren er grote verschillen in de betrokkenheid van de burgers als gevolg van verschillende factoren: - de plaats waar men woonde, sekse en leeftijd, de sociaal-economische positie.
  • Industrialisatie en technologie leiden tot een enorme toename van de vuurkracht van legers en technologie. Mitrailleurs en kanonnen werden verbeterd en in grote aantallen geproduceerd. De slagvelden van het Westfront liggen nu nog vol met onontplofbare granaten. Bij de slag aan de Somme verschoot de Britse artillerie ruim een miljoen granaten.

Propaganda en censuur spelen een grotere rol dan tevoren

Eind 19e eeuw was een massapers ontstaan.

In de oorlogvoerende landen richtte men persbureaus op die de volgende taken kregen:

  • de kranten van nieuws te voorzien
  • censuur uitoefenen op de berichtgeving over de oorlog

De geallieerde landen hielden de pers onder controle. In 1914 werd aan geallieerde kant de vrijheid voor kranten en bioscoopjournaals ingeperkt. Intellectuelen en kunstkenners in Duitsland meenden dat de oorlog tegen de Duitse cultuur gericht was. De Duitse legerleiding zag het gevaar van een vrije pers in oorlogstijd. Die was er al nauwelijks in Duitsland, maar kritiek was voortaan onmogelijk. Dat was jammer want kranten konden de publieke opinie sterk beïnvloeden. Journalisten pasten uit vaderlandsliefde zelfcensuur toe.

Voor de thuisblijvers werden brieven van soldaten een belangrijke bron van informatie. Vanwege het effect hiervan op de publieke opinie besloten regeringen om brieven onder censuur te plaatsen.

 In Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië stond de bevolking massaal achter de oorlog. Alleen had Groot-Brittannië te maken met opstandige Ieren (Ierland was toen nog niet onafhankelijk), die soms openlijk de kant van de Duitsers kozen. Moeilijker was het in Oostenrijk-Hongarije, waar de minderheden als de Serven, voor de tegenstander kozen, in dit geval het onafhankelijke Servië. Dat gold ook voor Rusland, waar de revolutie de Russen voor de keuze stelde: voor of tegen de tsaar, maar dan wel een tsaar die de oorlog tegen Duitsland leidde.

Juist in democratische landen, waar parlementen een oorlogsbegroting konden afkeuren, was de publieke opinie van groot belang. Volgens sommige historici waren de agressieve oorlogscultuur en de propaganda een oorzaak van de oorlog, of hebben zij deze in ieder geval veel langer laten duren.

De meeste journalisten en filmmakers steunden de overheid.

Beeldvorming en de betekenis ervan

Aan beide zijden werden met opzet de grootste leugens over de vijand als waarheid opgediend. Als voorbeeld de poster waarop de Duitse keizer Wilhelm II wordt voorgesteld als een bloeddorstig monster die de hele wereld wil veroveren. De vijand moest  'onmenselijk' gemaakt worden om de eigen bevolking voldoende voor de oorlog te kunnen motiveren.

Het einde van de oorlog

Het einde van de oorlog aan het Oostfront

ostfront

In 1917 veranderde de situatie aan het oostfront drastisch. Nadat de bolsjewieken tijdens de Russische revolutie de macht hadden overgenomen, staakte het Russische leger de strijd. Bij de Vrede van Brest-Litowsk in maart 1918 moest Rusland de Baltische landen en Polen afstaan, en de onafhankelijkheid van Finland, de Oekraïne en Georgië erkennen.

Duitse voorjaarsoffensief van 1918 aan het Westfront mislukt

Het Duitse voorjaarsoffensief van 1918 in het Westen had kans van slagen want Rusland was uitgeschakeld. In maart 1918 begon het offensief en de Duitsers boekten hun grootste terreinwinst sinds 1914: 40 tot 60 km over een breedte van 120 km.

Deelname van de VS geeft de doorslag

De VS stuurden vanaf juli 1917 pas geformeerde divisies naar Europa, de in juli 1918 aan de strijd gingen deelnemen. Het verschijnen van de Amerikanen was een enorme aanslag op het moreel van de Duitse soldaten en officieren. De generaals van het Duitse opperbevel, Von Hindenburg en Ludendorff, begrepen dat de oorlog niet meer te winnen was.

Keizerrijk komt ten val, socialistische regering sluit wapenstilstand

Toen bekend werd dat Wilhelm II vredesonderhandelingen wilde beginnen, wilden Duitse soldaten en arbeiders onmiddellijk vrede. Overal braken opstanden uit en op 9 november droeg de regering de macht over aan een socialistische regering met als rijkskanselier de socialistische fractieleider Friedrich Ebert. Deze riep de republiek uit en keizer Wilhelm II zocht asiel in Nederland. Op 11 november 1918 sloot de Duitse regering een wapenstilstand met de Geallieerden aan het Westfront te Compiegne in Frankrijk. In maart 1918 had men in het Oosten de oorlog gewonnen om op 11 november 1918 in het Westen de oorlog te verliezen.

3 Gevolgen van de Eerste Wereldoorlog

De 'veertien punten' van Wilson en wat er bij de vredesonderhandelingen van terechtkwam

De grote drie onderhandelden in Frankrijk over de vredesverdragen. Premier Loyd george van Groot Brittannië, premier Clemenceau van Frankrijk en president Wilson van de VS. President Wilson ging het vooral om vrede en veiligheid in de toekomst. De premiers van Groot Brittannië en Frankrijk ging het vooral om de versterking van de positie van hun landen, om de schuldvraag en zware eisen aan de schuldige.

President Wilson had een 14 punten plan opgesteld waarvan de belangrijkste punten waren:

  • Het oprichten van de Volkenbond. Deze zou de onafhankelijkheid van alle staten moeten garanderen en de vrede in de wereld handhaven.
  • Grenzen trekken op basis van het zelfbeschikkingsrecht van alle volken. Elf volk zou het recht krijgen een eigen nationale staat te stichten.
  • De belangen van de gekoloniseerde volken gelijkstellen aan die van de koloniale mogendheden.

De Volkenbond werd opgericht en officieel gold het zelfbeschikkingsrecht, maar het werd in Europa niet altijd uitgevoerd en daarbuiten in het geheel niet. Van de veertien punten van Wilson kwam weinig terecht.

De vrede van Vesailles: Duitsland wordt hard aangepakt

vredesverdrag versailles

Duitsland:zie kaartje

  • Verlies van Elzas-Lotharingen en het militair-strategisch belangrijke gedeelte van de Ardennen tussen Eupen en Malmedy;
  • Rijnland, een gedeelte van Duitsland dat grensde aan Frankrijk, gedemilitariseerd;
  • Deel Pruisen aan nieuwe staat Polen;
  • Poolse corridor (van Polen naar de Oostzee, dwars door Pruisen);
  • Danzig werd zelfstandige stadstaat onder bestuur Volkenbond.
  • Verlies van alle koloniën;
  • Het betalen van herstelbetalingen;
  • Het leger mocht niet groter zijn dan 100.000 man, de marine 20.000 man;
  • Duitsland mocht niet samengaan met Oostenrijk;
  • Duitsland kreeg de schuld van de oorlog.

Er ontstaan minderhedenproblemen

Doordat de geallieerden niet in staat bleken grenzen te trekken zo dat alle mensen die in de grensgebieden die er woonden er vrede mee hadden. Het zelfbeschikkingsrecht gold niet voor de verliezers.  En de nieuwe grenzen leverden ook nieuwe minderhedenproblematiek op.

Internationale organen ingesteld om de wereldvrede te handhaven

De Volkenbond kreeg de hoofdzetel in Genève, maar bleek te zwak door het ontbreken van machtsmiddelen. De VS en Rusland waren er geen lid van. In 1922 werd het Permanente Hof  van (Internationale) Justitie in den Haag  opgericht, gevestigd in het Vredespaleis. Het had als taak geschillen of conflicten tussen staten te behandelen.

Er komen totalitaire bewegingen op

Het overschakelen van een oorlogseconomie naar een vredeseconomie leverde veel problemen op. Er heerste veel werkeloosheid en armoede. Velen raakten teleurgesteld in de democratische leiders en partijen. Zij gingen hun hoop vestigen op totalitaire bewegingen als fascisme en communisme. Rusland was al communistisch sinds oktober 1917. In Italië kwam het fascisme en in Duitsland het nationaal-socialisme (vorm van fascisme) op. In de andere Europese landen groeide de aanhang van de communistische en fascistische partijen.

Nationalistische bewegingen in koloniën worden aangewakkerd

Door de deelname aan de kant van de moederlanden in de Eerste Wereldoorlog, werd het nationalisme van de koloniën aangewakkerd. Toen het zelfbeschikkingsrecht niet voor de koloniën bleek te gelden verloor men het vertrouwen in de koloniale heersers en ging men streven naar onafhankelijkheid

Zie verder hoofdstuk 8: SV Vwo Tweede Fase Hoofdstuk 8 5e dr